MODIGLIANI, DESTRUCTIEF GENIE

MODIGLIANI, DESTRUCTIEF GENIE


Kunst is een oordeel op kultuur vanuit een eigengereide blik op de wereld in zijn feitelijkheid en zijn enigma.’ Het zijn woorden van Jan Hoet, voormalig directeur van het S.M.A.K. Gent en internationaal gewaardeerd curator. Hoet (1936-2004) wilde zelf kunstenaar worden, maar hij was het niet. Hij kon het niet. Kunstenaar worden kan je niet leren, zelfs al beheers je alle technische aspecten van het schilderen. Je blijft steken op een academisch niveau. Om het predikaat kunstenaar te krijgen, moet een hogere dimensie bereikt worden. Ondefinieerbaar en voor de meesten ook onbereikbaar: het vinden van een eigen, unieke beeldtaal. Alles moet wijken. Het leven volledig ten dienste van het uitdragen van die eigen boodschap.

Eigenzinnig, gepassioneerd, vernieuwend, controversieel, destructief, bohemien. De termen zijn allemaal van toepassing op hem, een van de meest tot de verbeelding sprekende kunstenaars van de vroege twintigste eeuw: Amedeo Modigliani. Een korte kennismaking.

Amedeo Modigliani (Livorno 12 juli 1884) startte op zestienjarige leeftijd met zijn kunstopleiding aan de Scuola Libera di Nudo in Florence. Een jaar later verhuisde de jonge kunstenaar naar Venetië, waar hij voor het eerst met drugs in contact kwam. Zijn oeuvre kwam tot volle ontplooiing en rijpheid toen hij in 1906 naar Parijs trok. Hij vestigde zich in Le Bateau-Lavoir, een commune waar ook onder andere Maurice Utrillo, Max Jacobs, Chaim Soutine en Pablo Picasso deel van uitmaakten. Hij ontwikkelde een geheel eigen stijl. Zijn schilderijen kenmerkten zich door langgerekte figuren in warme, gloeiende kleuren. Zijn naakten intrigeerden en shockeerden. Zijn eerste solotentoonstelling, in de galerie van Berthe Weil op 3 december 1917, werd op bevel van de politie enkele uren na opening gesloten. Zijn werk werd afgedaan als pornografisch.

Amedeo-Modigliani’s-“Nu-Couché”-1917-18-Christies-e1447152963301
                                            © tabletmag
                                                                                                                                                         

Schilderen was een missie. De bijzondere levensstijl, waarin hij zich andere behoeftes en verlangens kon permitteren dan de alledaagse mensen, maakte hier ontegensprekelijk deel van uit. Amedeo was het prototype van een bohemien. Hij liep rond in armoedige kleren, had amper geld om rond te komen en hield zich staande te midden van zijn verftubes, rondslingerende kwasten en terpentijn met drank, opium en talrijke minnaressen. Die levensstijl ondermijnde niet alleen zijn artistiek meesterschap maar was ook een hypotheek op zijn van nature wankele gezondheid (Modigliani leed als kind aan pleuritis en tyfus).

Desondanks deze (zelf)vernietigde levensstijl, was de Italiaan een bijzonder knappe man die een sterke aantrekkingskracht op vrouwen had. Naast zijn vele kortstondige avonturen, speelden twee vrouwen een bijzondere rol in zijn leven: de Engelse Beatrice Hastings en de Franse kunststudente Jeanne Hébuterne. Hastings, dochter van de welstellende William Haigh, kwam als schrijfster en kunstcritica naar Parijs en leerde er Modigiani kennen binnen het kunstenaarsmilieu rond Montparnasse. Kort na hun ontmoeting werd ze zijn muze en model. De twee beleefden een stormachtige liefdesrelatie tot drank en drugs hen uit elkaar dreven. Modigliani vond een nieuwe liefde in Jeanne Hébuterne. Op 29 november 1918 werd hun dochtertje Giovanna geboren.

                               madame-pompadour-1915       portrait-of-jeanne-hebuterne-1918
                              © thecityreview, wikiart

In armoede bleef Amedeo schilderen. Zijn canvassen hebben een vibrerende schoonheid en tonen in hun eenvoud het meesterschap van de schilder. Modigliani tartte het noodlot. Zijn gezondheid ging verder achteruit. In de koude wintermaand januari van 1920 vond een benedenbuur  de zieltogende Amedeo en Jeanne in bed. De schilder stierf aan tuberculose. Zijn jonge verloofde, in verwachting van hun tweede kind, bleef wezenloos achter. Nadat de kunstenaarsgemeenschap uit Montmartre en Montparnasse hem begeleidden naar zijn rustplaats, keerde Jeanne terug naar het huis van haar ouders. Ze benam zich de dag na de begrafenis van het leven door uit het raam op de vijfde verdieping te springen. Haar ongeboren kind nam ze met zich mee.

Ondanks die destructie zegevierde de liefde. In 1930 werden Jeanne en Amedeo voor altijd met elkaar verbonden. Op de Parijse begraafplaats van Père Lachaise vonden ze hun laatste rustplaats.

Beatrice Hastings, inmiddels teruggekeerd naar Engeland, pleegde in 1943 zelfmoord nadat bij haar kanker werd vastgesteld.

Nu couché’ uit 1917 werd in 2015 bij Christie’s New York geveild voor 158,40 miljoen euro.

Modigliani’, een film over het leven van de schilder kwam uit in 2004 in een regie van Mick Davis met Andy Garcia in de rol van Amedeo Modigliani en Elsa Zylberstein in de rol van Jeanne Hébuterne.

Het graf van Amedeo Modigliani en Jeanne Hébuterne kan je vinden op Père Lachaise in Parijs – divisie 96, 20e arondissement, 16 rue du Repos, metro Père Lachaise.

Categories

+ There are no comments

Add yours